NIEUW! Lees ook de Geschiedenis van de Dapperbuurt!
In 1926 doet het Hoogheemraadschap Zeeburg en Diemerdijk een verzoek aan Gedeputeerde Staten om de Zeeburgerdijk in de Gemeente Diemen te mogen afsluiten van verkeer en de weg op de dijk te mogen opheffen, in verband met de vele vernielingen die aan dit afgelegen stuk dijk worden aangericht en de hinderlijkheid van het publiek in het algemeen. De dijk is immers nog steeds een zeedijk (pas in 1932 wordt de Zuiderzee IJsselmeer door het dichten van de afsluitdijk) en de Zeeburgerdijk moet daarom in goede conditie worden gehouden. Vandalisme door van met name bewoners van de nieuw aangelegde woonwijk bij Zeeburg – de Indische Buurt – leidt tot verzwakking van de zeeverdediging van Amsterdam.
Het regent protesten tegen dit voornemen van het Hoogheemraadschap. in de vorm van ingezonden brieven in dagbladen van met name natuurliefhebbers, waarbij en passant ook enige aardige herinneringen en details over het gebruik van dit gedeelte dijk door de inwoners van de Indische Buurt. Wij nemen hieronder een en ander over.
Uit het Algemeen Handelsblad van 3 september 1926:
Een mooie wandeling in gevaar.
Wij ontvangen het volgende schrijven, dat wij met groote instemming opnemen:
“Geachte redactie,
Wilt u mij eenige regelen toestaan in uw veelgelezen blad voor een krachtig protest. Ik lees hedenavond in de bladen, dat Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Zeeburg en Diemerdijk tot Gedeputeerde Staten van Noord-Holland het verzoek hebben gericht, den Zuiderzeedijk van den ligger der wegen van de Gemeente Diemen, te mogen afvoeren, opdat de dijk voor het publiek gesloten zou kunnen worden. De reden: dat het publiek op ergerlijke wijze de zeewering vernielt en op andere wijze hinderlijk is.
Geachte redactie, nemen wij eens aan, dat dit juist is, wat ik overigens op grond van eigen observatie zou willen betwijfelen, dan nog gaat het m.i. niet aan, ons, rustige wandelaars en natuurliefhebbers, hier de dupe te doen worden van de misslagen van enkelen. Amsterdam heeft zijn inwoners om te wandelen vrijwel niets aan te bieden als drukke wegen, vol auto’s en fietsen. De Zuiderzeedijk is eene zeldzame exceptie, een Dorado voor wandelaars en natuurliefhebbers. Het is mij ronduit gezegd, volkomen onbegrijpelijk, dat het in de hoofden van ernstige menschen kan opkomen, in dezen tijd, een dergelijk terrein voor het publiek af te willen sluiten. Laat eigenaars van buitenplaatsen desnoods, ontevreden geworden door zijn misdragingen, het publiek weren. Het gaat echter niet aan, dat staat en gemeente dat op uitgestrekte gebieden doen. Mogen velen, personen zoowel als vereenigingen – ik denk hier aan de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten, aan de Natuurhistorische Vereeniging, enz. – in deze regelen aanleiding vinden, zich tot Gedeputeerde Staten te wenden met een krachtig protest.
U dankend voor de plaatsruimte,
Uw. dw. Prof. dr. Theo J. Stomps.”
REDACTIE Prof. Stomps breekt hier een lans voor een zaak, die ook ons zeer ter harte gaat. De Zuiderzeedijk van Muiden tot Zeeburg vormt een door Amsterdamsche natuurliefhebbers zeer gezochte wandeling. Het gezicht van den dijk op de Zuiderzee, die zulke prachtige paarlemoerglanzen kan vertoonen en die op Zondag vooral, als de zeiltjes er de witte vlekjes aanbrengen, zulk een schitterend kleurgeheel vormt, geeft een groot genot. En van den hoogen dijk, bij de Diem bijv., is het gezicht landwaarts dikwijls niet minder mooi. De vogelliefhebber, die daar met zijn kijker rondgaat, vindt er altijd iets van zijn gading.
En dat alles zou men ons ontnemen, omdat er in de buurt van Zeeburg ellendige kwajongens hun streken uithalen? Er moet, dunkt ons, iets op te vinden zijn, dat die straatschenderij, die vernielzucht, wanneer die inderdaad zulke ernstige gevolgen heeft, de kop wordt ingedrukt. Desnoods op Zondag een paar extra koddebeiers, waarvoor, als Diemen er geen geld voor beschikbaar heeft, het geld elders moet worden gevonden.
In een andere ingezonden brief in het Algemeen Handelsblad maant A.E. d’Ailly de wandelaars zich fatsoenlijk te gedragen en geeft enige tips:
Een raad zou ik den wandelaars op het hart willen drukken: Slaat het gras langs den dijk niet onnoodig plat, door overal te gaan liggen, of kinderen den dijk op en af te laten hollen; hiermede bezorgt bij den maaier grooten overlast. Laat verder de hooistapels intact; dikwijls heb ik het gezien, dat de jeugd deze uit speelschheid of baldadigheid uit elkaar gooit en dit beteekent natuurlijk het beschadigen van andermans eigendom. Hoe echter de Heemraden kunnen zeggen, dat het publiek de zeewering zelf ernstig beschadigt, is mij een raadsel. De zware steenen van de glooiïng liggen onwrikbaar vast en de zware dijkkruin wordt niet afgeloopen.
Een “oud-Amsterdammer” haalt in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 7 september 1926 lyrische herinneringen op aan de wandeling over de Diemerzeedijk.
De Zuiderzeedijk
Een der “longen” van Amsterdam
Een oud-Amsterdammer schrijft ons:
“Den Zuiderzeedijk afsluiten! Zou men dat willen begaan? Weet men dan niet, welk een genot deze dijk geeft aan duizenden minnaars van natuurschoon? Hoe levendig herinner ik me de dagen, als we den Zeeburgerdijk uitliepen voorbij het “Jodenkerkhof”, zooals we het noemden, waar we altijd zoo bang waren, dat er ineens een griezelige figuur tevoorschijn zou schieten uit het gebouw, dat wij het “klaaghuis” noemden. Hoe schichtig gingen we er langs, bang voor het ongewetene.
En hoe verheugd waren we, als we in het café “Zeeburg”, waar in de gelagkamer een fijn gesneden duivenkooi stond, met er boven op een kooitje voor een vogel, ons mochten ontspannen. De beschaduwde speeltuin bood voor jongensharten alle comfort; schommel en wip waren er, en leut kon de jeugd altijd hebben, wanneer het zonnetje maar schijnen wou.
Thans is er van dat “Zeeburg” niets meer over. Het is, met de kleine vredige huisjes, die er zoo knus om toe gegroepeerd waren, opgeslokt door de Quarantaine-inrichting. Hoe vaak hebben we staan kijken bij het aanbouwen van die meter-lange schutting van de Quarantaine-inrichting, waarop al spoedig het vermanende woord moest worden geschilderd: “Niet met steenen gooien; achter de schutting liggen zieken.”
En dan de heerlijkheid, die zich opende, als we den dijk ten einde waren. Daar waren de sluizen in het Merwedekanaal, die onze aandacht hadden. Daar waren de bruggen over dat kanaal, die in druk beweeg vaak meer open dan neer waren. Daar waren de huizen van den Rijkswaterstaat, aan den anderen kant van het kanaal, die in rustige bouwtrant iets bekoorlijks verleenden aan de omgeving. Dan opende zich het verschiet over de zee. De zon overstraalde de golven en met onze scherpe jongenskijkers zochten we de horizon af naar Pampus. De torens van Holysloot en Durgerdam rezen er in de verte. Op het water voeren groote en kleine schepen.
Er was altijd wat te zien aan de zee en en altijd wat te beleven. Zelden maakten we het mee, dat we er geen prettigen middag hadden. Hoe dikwijls liepen we niet een eind om,[…] [om] via de Watergraafsmeer weer de buurt te bereiken waar we thuishoorden. En nu zou men den Zuiderzeedijk willen afsluiten. Amsterdam, dat toch al met zoo weinig “longen” bedeeld is buiten het Vondelpark zou men deze wandel- en speelplaats willen ontnemen! O, ik weet wel, dat er dingen gebeuren, die het licht niet kunnen velen. Maar dat mag toch geen reden zijn om aan hen, die aan de Zuiderzee een vrijen en genotvollen middag besteden, dat genoegen te ontnemen.
Weet men het wel, dat de Amsterdammers uit die dichtbevolkte Oost-Indische buurt, met zijn duizenden woningen naast en boven elkaar, waar telkens nieuwe complexen worden bijgebouwd en lange monotone huizenrijen opgetrokken worden, naar zee gaan tot verpoozing? Dat ze er heele middagen met vrouw en kroost doorbrengen, omdat het ‘t eenige brokje natuur is, dat ze in de onmiddelijke nabijheid hebben. Ja, er komt een nieuw groot park aan het Nieuwe-diep, zooals het daar genoemd wordt. Maar laat men dan toch niet de natuurlijke entourage van dit te maken park wegnemen door den Zuiderzeedijk af te sluiten. Laat men met de gemeente Amsterdam in overleg treden, of het niet mogelijk is door het aanbrengen van verlichting en door verscherpt toezicht te voorkomen, dat er zich verkeerde tooneelen afspelen. Dat dit kosten met zich mee zal brengen, is ongetwijfeld, maar het geldt hier een belang van duizenden etage-woners. En dat moet toch ook wegen.
Wie in zijn jeugd heeft geprofiteerd van den Zuiderzeedijk als speel- en wandelterrein, beseft ten volle, wat het voor de omgeving heeft te beteekenen zou hebben, als dat terrein werd afgesloten. En daarom hoop ik van heeler harte, dat de wensch van Dijkgraaf- en het Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Zeeburg en Diemerdijk, om den Zuiderzeedijk van den legger der wegen der gemeente Diemen te mogen afvoeren, niet vervuld zal worden.”
De actie van prof. Stomps leidt tot vragen aan Gedeputeerde Staten door dr. M. de Hartogh, die in lijn met Stomps pleit voor het niet afsluiten en het nemen van andere maatregelen om het vandalisme tegen te gaan. Gedeputeerde Staten antwoorden, waarbij het in ieder geval duidelijk wordt dat met name de vrees voor beschadigingen aan de kistdammen op de dijk de belangrijkste motivatie van het verzoek van het Hoogheemraadschap is. De jeugd is geneigd deze in brand te steken. Verder wordt het (verpachte) gras van de dijk door recreanten platgedrukt en daarmee niet meer te maaien en te oogsten voor de pachters, Ook is er sprake van anderssoortige overlast door op de dijk aanwezige onverlaten. De kwestie is verder in behandeling.
De afdeling Amsterdam van de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging dient inmiddels ook een protest in, bij de Gemeente Diemen.
“De Diemerzeedijk is een der weinige terreinen, rijk aan natuur- en landschapschoon, in de onmiddellijke omgeving van Amsterdam waar de natuurbewonderaar en natuurliefhebber nog gelegenheid vindt ten volle te genieten en waarnemingen te doen. Als niet minder voornaam bezwaar moge gelden, dat bijna alle wegen van, naar en om Amsterdam de bewoners der hoofdstad, door het steeds toenemende snelverkeer, dat deze wegen onveilig maakt, niet meer hebben aan te bieden. De Diemerdijk maakt hierop juist een zeldzame uitzondering. Zijn landelijk karakter, zijn breede bermen, zijn hooge kruin met vergezichten over zee en ‘t binnenland, maken deze dijk tot een zeer gezocht terrein door wandelaars en natuurvrienden. Dit geldt niet het minst voor de bewoners van ‘t oostelijk gedeelte der hoofdstad. Deze dijk is vrijwel het eenige terrein voor hen waar zij de gelegenheid vinden om met de natuur in nauw contact te blijven. Sluiting zou zeker voor velen een niet te onderschatten schade hunner moreele ontwikkeling beteekenen en hun weder een groot gedeelte levensvreugd ontnemen.”
Inmiddels blijken ook B. en W. van Amsterdam in actie te zijn gekomen, getuige een antwoord op vragen van Raadslid E. Boekman, te vinden in het Algemeen Handelsblad van 28 september 1926. Al in augustus blijkt de Gemeente door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland verzocht te zijn om een reactie te geven op de plannen van het Hoogheemraadschap.
B. en W. antwoordden hierop in hun schrijven van 24 Aug. j.l., dat het bedoelde gedeelte weg een zeer gezochte wandelplaats is voor ingezetenen van Amsterdam, en dat zij het daarom ten zeerste zouden betreuren, indien deze voor het publiek zou worden gesloten. Met het oog hierop hebben zij verzocht, alleen in het uiterste geval, nl. wanneer het waterstaatsbelang absoluut onvereenigbaar moet worden geacht met toelating van het publiek, sluiting van den weg te bevorderen. Van Ged. Staten is op dit schrijven nog geen antwoord ingekomen.
Het volgende protest is van de watersportvereniging Het Nieuwe DIep, die haar belangen natuurlijk ook aangetast ziet door de dreigende dijkafsluiting. De Gemeente Diemen inmiddels biedt gelegenheid tot het indienen van bezwaarschriften van 9 t.m. 22 oktober. Inmiddels laat ook een voorstander van afsluiting zich horen. Dat is het Bestuur van de Diemerpolder. Verreweg de meeste adressanten, waaronder ook vele grondeigenaren, blijken tegen het voornemen te zijn. Desalniettemin besluit de Gemeente Diemen in december 1926 de dijk voor verkeer af te sluiten. De klachten van protesterenden worden ongeberond verklaard. Voor het afgesloten deel zullen echter voor wandelaars toegangskaarten beschikbaar worden gesteld, af te halen bij de burgemeester van Diemen.
Definitieve beslissing kan echter door de Gemeente Diemen niet worden genomen. Uiteindelijk dienen Gedeputeerde Staten van Noord-Holland het besluit goed te keuren. En dat doen ze – in 1927 – uiteindelijk niet. De belangen van de Gemeente Amsterdam wegen het zwaarste, en de Diemerdijk blijft open voor het publiek.
De overlast op dit stuk dijk is daarmee overigens nog niet voorbij, zo blijkt onder andere uit een ingezonden brief in de Telegraaf van mei 1927.
Meer controle noodig.
Men schrijft ons:
Het stuk Zuiderzee-dijk, dat onder Diemen ressorteert, is eenigen tijd punt van bespreeking geweest tusschen deze grensgemeente en Amsterdam. Uiteraard moest de groote stad gelijk krijgen. De belangen van haar duizenden étage-bewoners wegen zwaarder dan die van enkele grasboeren. En zoo is dus de weg tot heden open gebleven. Gelukkig, want deze fraaie schakel in Amsterdams natuurlijke ceintuur kan noode gemist worden. Intusschen brengt zoo’n gunst plichten mee, en daartoe behoort o.a. beveiliging van den rustigen wandelaar. Dezer dagen nu bleek mij, dat meer controle geen overdaad zou zijn. Bij het zoeken naar planten – de dijk herbergt een merkwaardige flora – geraakten n.l. mijn vrouw en ik allengs van elkaar. Opeens hoorde ik het alarmfluitje, dat wij in het veld plegen te gebruiken. Ik kon nog tijdig opdagen, om een paar slungels, die haar aanspraken, te doen afzakken. Zij was toen reeds lastig gevallen door drie bedelaars, een venter en twee fietsende kerels, doch had, gewend alleen te zijn, daarop weinig acht geslagen. Gezamenlijk kuierden wij verder, en hadden nog eenige ontmoetingen. Eerstens een man, die “beslist een dubbeltje” wilde hebben. Redenen gaf hij niet op. Hij kreeg het dubbeltje niet, doch liet ons pas met rust, toen ik hem het zware einde van mijn stok toonde. Daarna vertoonde zich plosteling voor onze verraste oogen een mannelijk naaktfiguur. Blijkbaar meer met zijn houding verlegen dan wij, begon deze heer een serie lichaamsoefeningen, welke een ode aan de zon konden voorstellen. Geen 50 meter verder rees een tweede Adam uit het lange gras. Hij bezigde een Sandowtoestel… Doch om het stel te completeeren lag even meer Oostwaarts een andere zonaanbidder met ‘n kijker den omtrek te verspieden. Niemand kan iets hebben tegen de oefening of de verzorging van het menschelijk lichaam, met name in het volle zonlicht. En dat trio heeft ons dan ook niet gedeerd, doch wel deed het met woorden en gebaren twee fietstertjes schrikken. De kinderen durfden denzelfden weg niet teruggaan. Ook de vogelwereld moest het ontgelden. Een gansche familie was n.l. bezig op een stuk buitendijksch grasland naar tureluurseieren te zoeken. Het gevleugelde gezin wiekte daarbij angstig krijschend boven de hoofden der tweebeenige roovers. Wij konden hier echter tusschenbeide komen door het vertoonen van iets dat men voor een politie-insigne kon houden. Tot onze spijt ontmoetten wij dien middag geen rijkspolitie of marechaussee. Reeds meermalen mochten wij n.l. met zeer veel genoegen constateeren, hoe diligent deze is, zulks mede ingevolge de krachtige instructies van den plaatselijken commandant.
ANDERE ARTIKELEN: 2018 Aanzet voor een geschiedenis van de Marokkaanse Indische Buurt 2016 Oproep Steun voor elkaar 2016 Teruggaan of blijven? 2016 Sociale bijdrage supermarket het Lange Mes 2016 Viering 1-jarig bestaan buurthuis Archipel op het Makassarplein 2016 Interview met Mustapha Khaddari 2016 Interview met Jan Beerenhout 2016 Interview met Ahmed Marcouch 2016 Interview met Ahmed El Mesri 2016 Ontroerend afscheid van Rob van Veelen 2016 Het verloren gaan van idealen 2016 Welkom bij de offerfeest maaltijden 2016 Luier van der Laan pleegde zelfmoord door ophanging 2016 Boeken in de Javastraat 2016 Offerfeest voor vluchtelingen en armen 2016 Nu inschrijven taalcursussen Assadaaka! 2016 Bekende Indische Buurters 2016 Uit de geschiedenis van het Ambonplein 2016 Sprokkelingen uit de geschiedenis van het Makassarplein 2011 Cameratoezicht 2009 Radicalisering 2004 Gevoelens van onveiligheid 2004 Belwinkels in de Javastraat 2001 in het ghetto ( ode aan de indische buurt) 2000 De wisselwoningen 1994 Reality-serie Bureau Balistraat 1997 Verslaafde schiet twee agenten neer 1996 Ulu Camii 1995 An Nasr Moskee 1993 De moord op Andre Hartman 1992 Nordholt doet grote hashvangst 1988 Medewerkers bezetten ontmoetingscentrum aan Javaplantsoen 1985 Buikschot 1982 Vijftien jaar cel voor B. uit de Bankastraat 1982 Horrorhuis aan de Kramatweg 1981 Anti-Fascisten tegen Amicales 1980 Enige kraakkranten 1979 Kraakgroep Indische Buurt 1979 De Buurtwinkel 1978 De pyromaan van de Soembawastraat 1978 Anarchistisch Nonnen Front 1977 Heroine 1977 Familiedrama leidt tot hamermoord 1976 Linkse actie 1975 Bordelen en sexadressen in de Indische Buurt 1974 Buikschot uit noodweer 1973 Experiment genezing 1973 Marokkaanse, Tunesische, Spaanse en Turkse buurtgenoten opgelet 1972 Het urinoir aan de Valentijnkade 1971 Leefbaarheidsproblemen van onze buurt 1970 BB - weg ermee! 1970 Auditie voor Hair in het Bavohuis 1969 Het grootste bejaardenhuis van Nederland 1967 Etage brandt uit in de Ternatestraat 1966 1966: 8 kleuterscholen, 19 lagere scholen en 10 scholen voor voortgezet onderwijs 1965 Outsiders in de Archipel 1964 Boer Koekoek in de Indische Buurt 1964 Doopsgezind Jeugdhonk in de Tweede Atjehstraat 1964 Moord in de Perlakstraat 1961 C.P.N. demonstreert tegen atoombewapening 1960 Ernstig tramongeval 1960 Ontploffing op het Ceramplein 1959 Met getrokken pistool op de Valentijnkade 1958 Boenen ter ere Gods 1958 EVC-man afgetuigd in telefooncel 1957 Een verhoord gebed in de Gorontalostraat 1955 Jaap Brandenburg spreekt in de Archipel 1954 Europese Defensie gemeenschap = fascisme 1952 Hand verloren aan de Riouwstraat 1951 Militaire oefeningen in de Indische Buurt 1950 Overtreding van het hamsterverbod 1950 Jopie en Louis Agterberg en Frantiszek Janiga 1949 Wielerronde Indische Buurt 1949 Dienstweigering aan de Gorontalostraat 1948 Koningin Juliana bezoekt de Indische Buurt 1948 Waarheidswinkel 1946 Herbegraving Jelle Posthuma 1945 Meester Padding 1945 Ontspanningsvereniging Flevo 1945 Schietpartij op de Dam 1945 Katja, beul van Vught 1944 Hongerwinter 1943 N.S.B.-ers 1943 Bommen op de Eltheto! 1942 Max Blokzijl spreekt 1942 Jeugdstorm marcheert! 1942 Zum Stehlen ausgeschickt 1941 Moord in de Javastraat 1941 Februaristaking in de Indische Buurt 1941 De Veemarkt veroverd op de Joden! 1941 W.A. actief in de Javastraat 1941 De vermoording van de Joodse Indische Buurt 1941 Ds. Tonnon 1941 De verwijdering van Joodse leerlingen van de Ambachtschool aan het Timorplein 1940 Bommen op de buurt 1940 Zwartepoorte kampioen... 1940 Inzameling voor gebombardeerd Rotterdam 1940 Oorlog in de Indische Buurt 1939 Shell Sportpark 1939 Pontificale hoogmis 1938 Het oude Zeeburg verdwijnt 1937 Jeugddag Indische Buurt 1937 Tuchteloze jeugd 1937 Razzia in de Padangstraat 1936 RK vroedvrouwen 1936 Revolutiebouw 1935 Fietsplaatjes 1935 Een tweede wijkpredikant voor de Elthetokerk 1935 De Rimboe wordt Huize Ambon 1935 Don Bosco-huis 1934 Het mastenbos aan de Insulindeweg 1934 Amsterdamsch Genootschap voor Werkverschaffing voor Onvolwaardigen 1934 Weigering Wilhelmus te zingen 1933 Het Thälmann-huis 1933 Pastoor van der Wiel 1933 Drie Duitsers 1933 Gered uit de greep van Hitler 1933 Clubgebouw Archipel 1933 Centraal Comité tegen de Radiowoeker versus Radiocentrale Broertjes 1932 Liefdesdrama in de Minahassastraat 1932 Liefdestwist? 1932 Werkloozen Strijd Comité Obistraat 1932 Agitprop vanuit de Minahassastraat 1932 Brief van een Roomsch kameraadje 1932 Samuel Verdoner, de laatste gazzen van de Indische Buurt 1931 Hersteld Luthers aan de Toministraat 1931 Rotte vis 1931 Iepen 1931 Eigenaar steenloods velt steenzetter met hamer 1931 Verkiezingsstrijd tussen C.H.U. en A.R.P. 1931 Brand in de Javastraat 1931 Optreden van Corry Vonk in het Bavohuis 1931 Het massaal spreekkoor 1930 De Nederlandse vlag misbruikt 1930 Het jonge Pieter Jellen-werk 1930 Pater Bijlhout gaat naar de Oost 1930 Joyriding 1930 Politietoezicht 1930 Gereformeerd 1930 De markt in de Javastraat 1930 Een bibliotheek voor de Indische Buurt 1930 Onhoudbare toestand bij tunnel Zeeburgerdijk 1929 Lourdes 1929 Vrijgekocht door missievriendjes 1929 Aanhouding diamantbewerker in Ombilinstraat 1929 Moord in de Gerardus Majella 1929 Venters zien geen uitweg 1929 Consultatiebureau aan de Baweanstraat 1928 Niasplein wordt Makassarplein 1928 Esperantovereniging Tagigas en l'Oriento 1928 Rechouwous-jeugd op stap 1928 Gebouw de Schakel 1928 Blind 1927 Buurtvereniging Ceram 1927 Verzuiling in het jeugdwerk 1927 Onmin in de Boetonstraat 1927 Bakkers 1927 De voorlopers van de A.H. Gerhardschool 1927 Rechercheur Kok: de eerste drugsdode in de Indische Buurt 1926 Afsluiting van de Diemerdijk 1926 Schutting 1926 Opening R.K. meisjesschool Ambonplein 1926 Het lokaal van het Leger des Heils 1926 Een wandeling door de nieuwe 'Archipelwijk' 1925 Het Zeeburgerdorp 1925 Demping van de Polderwetering 1925 Wijding 1925 Rechouwous, de Joodsche Vereeniging voor de Indische Buurt 1925 Geen man, geen cent voor het leger 1925 De rode vlag vanuit Niasstraat 61 1925 Groepsgebouw de Toorts 1925 Jan Ceton, onderwijzer aan de Bankastraat, communist 1924 Elthetokerk, bouw en opening 1924 Nieuwe straten 1924 De aanleg van de Riouwstraat 1924 Winkelweek Indische Buurt 1924 De oprichting van de Eerste Elthetoschool aan de Riouwstraat 1922 Premiewoningen voor arbeiders 1921 Een jongen, die een meisje bleek 1921 De storm 1921 Het Java-Kwartier 1921 Christelijke propaganda 1920 Een gouden swastika voor mevrouw Vrij 1920 Kinderspel in de jaren tien en twintig 1919 Moord in de Djambistraat 1918 Brand bij café Koopmans 1918 De aanleg van het Zuiderzeepark 1917 Broodoproer en revolutie 1917 Militairen maken de buurt onveilig 1917 Abortus aan de Zeeburgerdijk 1916 Zeeburgerkermis 1916 Onteigening bouwgronden 1915 Slaat den smeris dood 1914 Mene Tekel 1914 De Wild-West-Show van Texas-Tex 1914 Het noodziekenhuis aan de Zeeburgerdijk 1913 Nieuwe tramplannen 1913 Het Bavohuis 1912 Wijkgebouw Eltheto: de eerste jaren 1911 De Berlageblokken 1911 Eigen Haard bouwt Lombokstraat, Lampongstraat en Padangstraat 1911 Vereeniging voor onderwijs op Gereformeerde Grondslag 1911 Nieuw stratenplan 1911 De blindeninrichting aan de Celebesstraat 1909 De communistische Indische Buurt 1908 Jacob Pierik verdrinkt 1908 De bouwmaatschappij tot verkrijging van eigen woningen 1907 Smit springt uit het raam 1906 Stadstrand 1906 De Sabbathpaal op de Zeeburgerdijk 1905 Balistraat 48 1905 Fietsverbod 1905 Smokkelroute Zeeburgerdijk 1905 Uitslag eerste verkiezingen Indische Buurt 1905 Zweminrichting aan het Nieuwe Diep 1905 Theosofische Uitgeverszaak "Gnosis" 1903 Nieuw Muiderpoortstation 1903 Kinderlokker 1903 Moord in de Celebesstraat 1903 Derde Ambachtschool aan het Timorplein 1903 Politie in de Indische Buurt 1903 Dagpauwoog 1902 Een tramritje 1902 Arabieren 1902 Doorgang Eerste van Swindenstraat-Javastraat 1902 Relletjes in de Javastraat 1902 Illegaal caféwezen 1901 Een wandeling met Jac. P. Thijsse 1901 De wielerbaan 1900 Bierdrinkende jeugd 1900 Een nieuwe school aan de Bankastraat 1899 Snorrende kogel 1897 Floretstoot door het hoofd 1897 Bouw van de Indische Buurt 1895 De lijnbaan 1894 Halte Zeeburgerdijk 1893 Vereeniging buiten de Muiderpoort 1891 Vingertop 1890 Civiele werken rond de Zeeburgerdijk 1889 De tramomnibus 1889 Zeearend aan de Zeeburgerdijk 1887 Hotel Zeeburg 1886 Het tweede abbatoir 1886 Ergerlijk dronkemanstoneel 1882 Een dierenvriend 1881 De eerste scholen aan de Zeeburgerdijk 1881 Onzedelijke taferelen 1881 Een drankzuchtig hoekje 1880 Ringslangen 1880 Onderweg Zeeburgerdijk bestraat 1877 Een wandeling 1877 Spoorwegongeluk aan de Zeeburgerdijk 1877 Verplaatsing van de Veemarkt 1876 Gemeente Nieuwer-Amstel, Gemeente Diemen, Gemeente Amsterdam 1862 De Zeeburgerdijk als vuilnisbelt 1854 Driedubbele moord aan de Ringdijk 1844 Revolutionair aan de Oetewaelerweg 1804 Harddraverij 1761 De proef van de cole ANTIPIRIQUE 1756 Runderpest in Zeeburg 1744 Buitenplaats te huur aan de Hogendyk 1739 Een vondeling aan de Hogedijk 1733 Paalworm 1733 Oude Geele Vliegende Haerige Windhond 1714 Opening Joodse begraafplaats 1681 Verslibbing 1663 Herberg Zeeburg 1651 De Zeeburgerdijk breekt door 1647 Herberg 't Vosje 1631 Watermolen en gemaal 1563 Mijlpaal 1328 Outersdorp 1307 Zeeburgerdijk was Sint Anthonisdijk